Door Dana van Straten - De gemeente Harderwijk verwacht de komende jaren meer geld binnen te krijgen dan uit te geven. Dat geeft financiële rust, zegt wethouder Wilco Mazier. Toch moet de gemeente kritisch blijven kijken naar de uitgaven. Ook stijgen de woonlasten en komen er grote investeringen aan.
Het nieuwe college werkt nog aan zijn beleidsprogramma, waarin de plannen voor de komende jaren verder worden uitgewerkt. Dat programma wordt naar verwachting eind november gepresenteerd en kan begin december nog tot aanpassingen in de begroting leiden. De financiële basis voor de komende jaren ligt er wel.Harderwijk heeft de begroting voor 2027 tot en met 2030 gepresenteerd. Die is nog niet helemaal definitief
De gemeente verwacht in alle vier de jaren een positief begrotingssaldo. Voor 2027 gaat het om ruim 5 miljoen euro meer inkomsten dan uitgaven. Voor 2028 verwacht Harderwijk 2,5 miljoen euro over te houden, voor 2029 3,7 miljoen en voor 2030 3,4 miljoen euro.
Wethouder Wilco Mazier (financiën) is blij met de financiële vooruitzichten. „Het is een begroting die volledig sluitend is. Daar zijn we eigenlijk wel trots op.”
Naast de positieve begrotingssaldi heeft Harderwijk ongeveer 17,5 miljoen euro aan overschot in de algemene reserve. Dit bedrag vormt een financiële buffer voor tegenvallers en risico’s. Het is niet hetzelfde als geld dat de gemeente ieder jaar opnieuw binnenkrijgt en kan dus ook niet zomaar worden gebruikt voor vaste, terugkerende uitgaven. Het laat zien dat Harderwijk ruimte heeft om financiële tegenvallers op te vangen.
Dat er financieel ruimte is, betekent volgens Mazier niet dat de gemeente achterover kan leunen. Voorlopig zijn nieuwe bezuinigingen niet nodig, maar kritisch kijken naar de uitgaven blijft belangrijk. „Omdat we al eerder begonnen zijn met het ombuigingsproces, zijn op dit moment geen nieuwe bezuinigingen noodzakelijk. In die zin hebben we rust in de samenleving en bij de organisaties. Maar dat betekent niet dat we niet meer kritisch kijken. We moeten blijven kijken hoe we ons geld zo efficiënt mogelijk besteden.”
Nog niet alle ombuigingen gerealiseerd
De gemeente begon in 2025 al met een ombuigingsproces: maatregelen om de inkomsten en uitgaven beter in balans te brengen. Daardoor is een groot deel van de geplande ombuigingen inmiddels financieel ingevuld. „Bijna 80 tot 85 procent van onze ombuigingen hebben we al ingevuld”, zegt Mazier.
Toch zijn nog niet alle maatregelen volledig gerealiseerd. De gemeente houdt daarom in de gaten of de verwachte besparingen en extra inkomsten daadwerkelijk worden gehaald. Dat speelt onder meer bij het sociaal domein en betaald parkeren. De inkomsten uit parkeren blijven bijvoorbeeld achter bij wat de gemeente eerder had verwacht. Vanaf 2027 moet nog ongeveer 1,2 miljoen euro aan ombuigingen worden gerealiseerd. Dat loopt op tot ongeveer 1,9 miljoen euro vanaf 2030.
Grote uitgaven komen eraan
Hoewel Harderwijk er financieel goed voor staat, verwacht de gemeente ook flinke uitgaven. Verschillende gebouwen en voorzieningen zijn aan vervanging toe. Dat geldt onder meer voor onderwijsgebouwen en de riolering. Een deel van de riolering is al tientallen jaren oud en moet de komende jaren worden vervangen.
Daarnaast wil Harderwijk blijven investeren in nieuwe woningen, bereikbaarheid en ondersteuning voor inwoners die hulp nodig hebben.
De woningbouw is een uitdaging. Volgens de regionale woondeal moet Harderwijk tot en met 2030 3.463 woningen realiseren. Om die plannen voor elkaar te krijgen, zijn voldoende medewerkers nodig om bouwplannen voor te bereiden. Juist daar loopt de gemeente tegen grenzen aan. Ook stikstof en een overbelast elektriciteitsnet kunnen ervoor zorgen dat projecten vertraging oplopen.
„We zullen met elkaar keuzes moeten maken en slim moeten kijken hoe we alles gerealiseerd krijgen. Dat betekent dat we hier en daar ook moeten prioriteren”, zegt Mazier.
Inwoners gaan meer betalen
Om de gemeentelijke voorzieningen en werkzaamheden te kunnen betalen, stijgen ook de lokale lasten volgens de voorgestelde begroting. De gemiddelde woonlasten voor een huishouden met een koopwoning met een gemiddelde WOZ-waarde gaan in 2027 omhoog van 894,62 naar 951,24 euro per jaar. Dat is een stijging van 56,62 euro, oftewel 6,33 procent.
De stijging komt door hogere tarieven voor de onroerendezaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en de riool- en waterzorgheffing. Voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde stijgt het OZB-bedrag van 391,62 naar 401,74 euro per jaar, een toename van 2,58 procent.
De afvalstoffenheffing stijgt met 7,70 procent, van 305 naar 328,50 euro per jaar. De kosten voor afvalinzameling en -verwerking nemen toe. Ook belastingen vanuit het Rijk spelen daarbij een rol. De gemeente wil dat de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing de kosten volledig dekken.
Ook de riool- en waterzorgheffing gaat omhoog: van 198 naar 221 euro per jaar, een stijging van 11,62 procent. De gemeente verhoogt de heffing stapsgewijs en zet geld opzij om de vervanging van oude riolering te kunnen betalen.
„We zullen de komende jaren veel riool moeten vervangen. Daar zijn we eigenlijk nu al voor aan het sparen. We hebben een reserve daarvoor geformuleerd en gezegd dat we stapsgewijs de rioolheffing gaan verhogen.”
Volgens Mazier blijven de woonlasten in Harderwijk ondanks de stijging relatief laag. „Als je kijkt naar de regio Gelderland, blijft Harderwijk een van de goedkoopste gemeenten als het gaat om woonlasten.” Hij wijst erop dat Harderwijk volgens hem bij de gemeenten met de laagste lokale lasten hoort.
Begroting kan nog worden bijgesteld
De begroting geeft een beeld van de financiële ruimte die Harderwijk de komende jaren heeft. Maar welke nieuwe plannen het college precies wil uitvoeren en hoeveel geld daarvoor nodig is, moet nog blijken. Het beleidsprogramma wordt naar verwachting eind november gepresenteerd en begin december besproken in de gemeenteraad.
„We zijn momenteel nog druk bezig met het collegeprogramma, maar we hebben financiële ruimte met mogelijkheden om nieuwe plannen te maken”, zegt Mazier.
De gemeente heeft dus een stevige financiële basis, maar staat ook voor grote opgaven. De komende periode moet duidelijk worden welke keuzes het college maakt en hoe die plannen passen binnen de beschikbare middelen.