Harry Schipper – Ransuilen, steenmarters, kleine en grote bonte spechten, eekhoorns en egels zijn voorbeelden van diersoorten die nu al een fijne woonplek hebben in wat over een paar jaar een unieke en veelzijdige woonwijk moet worden op het voormalige defensieterrein Kranenburg.
Dat staat in de eerder deze week aan de raadsleden eerste verstuurde raadsinformatiebrief waarmee het college van B en W de raad halfjaarlijks op de hoogte wil houden van de ontwikkelingen van het 11 hectare grote voormalige kazerneterrein.De gemeente hoopt al begin volgend jaar een eerste stedenbouwkundig plan te bespreken, dat direct daarna ‘de wijk’ ingaat om te horen wat de aan- en omwonenden ervan vinden
In de brief staan veel ontwikkelingen genoemd die deels al zijn uitgevoerd en deels nog moeten plaatsvinden voordat het eerste stedenbouwkundige plan concreet op tafel ligt.
Zodra de bewoners uiterlijk 1 juli 2026 zijn vertrokken uit het asielzoekerscentrum, kan gestart worden met de bouw van de nieuwe woonwijk. Daarin komen naast de beoogde komst van zo’n vijfhonderd woningen ook onderwijs-, sport en cultuurfaciliteiten. En plek voor natuur. Maar voor het zover is, moeten er nog wel wat hobbels genomen worden.
De belangrijkste bulten zijn stikstof en netcongestie. De eerste resultaten van een verkennend onderzoek naar de stifstofdepositie als straks de nieuwe wijk gereed is, zijn niet positief, zo melden B en W. De herontwikkeling van Kranenburg veroorzaakt ‘een significante’ stikstofdepositie op het op slechts negenhonderd meter verderop gelegen bosgebied dat valt onder Natura-2000 gebied De Veluwe. Die stikstofneerslag wordt vooral veroorzaakt door de toename van het aantal verkeersbewegingen in de toekomstige woonwijk.
Volgens wethouder Edwin Enklaar, die wonen en ruimtelijke ontwikkeling in zijn portefeuille heeft, ‘is stikstof wel een acuut probleem’. “Daarvoor moeten we nog heel wat huiswerk verrichten, want de berekende 0,06 millimol moeten we nog wel wegpoetsen”. Volgens Enklaar zijn daarvoor verschillende scenario’s en krijgt Harderwijk bij het uitwerken daarvan hulp van de provincie Gelderland. Die heeft daar in het kader van de recent gesloten woondeal tussen gemeente, rijk en provincie alle belang bij. Enklaar is daarom hoopvol: “Het is vooral een kwestie van boekhoudkundig geneuzel”. Daarbij kan de gemeente externe stikstofruimte inkopen, bronmaatregelen nemen om stikstofuitstoot te beperkten of eventueel de bouwplannen opknippen in fases, waarbij pas woningen worden (bij)gebouwd als daarvoor weer genoeg stikstofruimte is.
Een andere uitdaging, die steeds groter wordt, is het alom spelende probleem van netcongestie. De beperkte netcapaciteit maakt het aansluiten van toekomstige woningen steeds minder vanzelfsprekend. De gemeente overlegt hierover met netwerkbeheerders en dokteren samen met experts ‘grote nieuwe ontwikkelingen netwerkbewust uit’. Ze kijken welk energieconcept kansrijk is om van Kranenburg ‘een energetisch toekomstbestendige woonwijk’ te maken.
Ondertussen is gewerkt aan een aanvullende bomeninventarisatie waarbij vooral is gelet op de toekomstwaarde, want de gemeente wil graag dat er zoveel mogelijk gezonde bomen in Kranenburg behouden blijven. Een eerste ‘quickscan flora en fauna’ bevestigt al wat omwonenden de onderzoekers eerder dit jaar vertelden over de aanwezigheid van diersoorten als ransuil, steenmarter, kleine en grote bonte specht, eekhoorn en egel.
In de woonwijk krijgen ook de huidige huurders, onderwijsinstelling Landstede en Stichting MESS weer een plek. Dus overlegt de gemeente met hen over hun inpassing in de wijk en ziet daarin zelfs een meerwaarde voor de woonwijk, al moet het niet zo zijn dat de nieuwe bewoners straks (teveel) overlast van hun aanwezigheid ondervinden. Verder wordt gepraat over het samen gebruiken van bewoners en Landstede van de openbare ruimte.
De gemeente overlegt daarnaast met de initiatiefnemers van een Harderwijkse Knarrenhof, die op Kranenburg mag komen. Dat is een hof met het liefst woningen op de begane grond, maar dat mogen desnoods ook gestapelde appartementen zijn, is de gemeente verteld. Een Knarrenhof is kort gezegd een woonvorm voor ‘jonge-ouderen’ en ‘oudere-jongeren’ die elkaar graag helpen en zo lang mogelijk zelfstandig willen wonen. Voor Kranenburg bekijkt het gemeentebestuur op verzoek van de gemeenteraad nadrukkelijk of er woonruimte kan komen voor jongeren met een kleine beurs. Gedacht wordt aan de komst van zogeheten ‘friends-woningen’. Dat zijn woningen speciaal ontworpen voor vrienden of alleenstaanden die samen willen wonen en hun woonlasten met elkaar delen en toch elk een eigen huurcontract hebben.
Al die plannen betekenen wel dat op het oude kazerneterrein niet zoveel ruimte overblijft voor parkeerplaatsen. B en W voeren aan dat dit verdedigbaar is omdat Kranenburg op maar een paar minuten loopafstand ligt van het trein- en busstation en er steeds meer mogelijkheden komen voor deelmobiliteit. “Wat dat betreft niks nieuw, want dit gebeurt ook al in het Waterfront”, aldus Enklaar. De wethouder houdt het liefst nog een slag om de arm wanneer de feitelijke bouw van start kan gaan – ‘er kan altijd wel weer wat tussen komen’- maar hoopt toch dat die volgens de planning, dus in de tweede helft van 2026 van start kan gaan.