Samen, samen, samen: regio bundelt krachten tegen schooluitval

Nog altijd verlaten jongeren het onderwijs zonder diploma of raken ze uit beeld richting werk. Dat moet anders én beter. De regio Noordwest-Veluwe wil uitval in het hele onderwijs terugdringen en de stap naar duurzaam werk versterken door eerder te signaleren, beter te begeleiden en nauwer samen te werken.

Dat bleek woensdag 15 april tijdens de Regiodag op het Bouw & Infra Park in Harderwijk

Daar bespraken vertegenwoordigers van onderwijs, gemeenten, arbeidsmarktregio’s en zorgorganisaties het Regionaal Programma 2026–2029, dat is gebaseerd op de regioanalyse en de nieuwe wet ‘Van school naar duurzaam werk’.

De bijeenkomst werd georganiseerd vanuit het Doorstroompunt en het VSV-programma, met Landstede Harderwijk als contactschool en de gemeente Harderwijk als contactgemeente. De middag stond in het teken van ‘een volgende stap’, zoals dagvoorzitter Marjolein Berthou van Stichting Leerlingenzorg Noordwest-Veluwe het verwoordde. Hoe komen we van analyse naar uitvoering? Het vraagt om nauwe samenwerking tussen scholen, gemeenten en arbeidsmarktpartners – of zoals het deze middag steeds klonk: samen, samen, samen.

Ook Jodi Buter, teamleider Landstede MBO Harderwijk, benadrukte in haar openingswoorden de gezamenlijke verantwoordelijkheid. ‘Samenwerken betekent in gezamenlijkheid iets bereiken wat je alleen nooit zo sterk en duurzaam zou kunnen realiseren.’ Wethouder Marcel Companjen van de gemeente Harderwijk vulde daarop aan door zijn zorgen te delen over jongeren die uitvallen en benadrukte het belang van perspectief en begeleiding. Of zoals hij jongeren zelf graag meegeeft: ‘Zorg dat je op je 48ste niet nog steeds hetzelfde werk doet als toen je 16 was.’

Samenhangend pakket maatregelen
Die begeleiding gebeurt in de praktijk, door de mensen die dagelijks met jongeren werken. Het Regionaal Programma 2026-2029 biedt daarvoor een samenhangend pakket aan maatregelen, legde scheidend programmaleider Derko Slot uit. Hij drukte alle aanwezigen op het hart om zich sterk te maken voor een goede uitvoering. Want zelf gaat hij met pensioen. Daarom werd hij op warme wijze toegezongen middels een afscheidslied. Slot benadrukte in zijn toespraakje het belang van sterke samenwerking in de regio. Daarna droeg hij het stokje over aan zijn opvolger Bart Vrieling, met wie hij nog een korte toelichting gaf op het programma.

Die aanpak begint bij preventie, lichtte Slot toe, al in het voortgezet onderwijs en waar mogelijk nog eerder in de schoolloopbaan. Scholen en partners gaan eerder signaleren wanneer jongeren dreigen uit te vallen, onder meer door extra inzet op aanwezigheid en begeleiding. Vervolgens ligt er een duidelijke focus op de overstapmomenten, zoals de overgang van vmbo naar mbo of tussen opleidingen. Die blijken in de praktijk kwetsbaar. Instrumenten als het ‘paspoort voor succes’ moeten ervoor zorgen dat informatie beter wordt overgedragen en jongeren niet uit beeld raken, aldus Vrieling.

Outreachende teams
Binnen het mbo zelf wordt de ondersteuning uitgebreid. Voorzieningen zoals plusklassen, doorstarttrajecten en outreachende teams moeten voorkomen dat studenten definitief afhaken. Tegelijkertijd wordt ook in het voortgezet onderwijs en het praktijkonderwijs meer ruimte gemaakt voor maatwerk, bijvoorbeeld via tijdelijke opvang en gerichte begeleidingstrajecten. De grootste opgave ligt daarbij in het mbo, waar het merendeel van de uitval plaatsvindt, al richt het programma zich nadrukkelijk op de hele onderwijsketen, van voortgezet onderwijs tot en met de overgang naar werk.

Nieuw is de nadruk op begeleiding na uitstroom. Jongeren worden niet meer losgelaten zodra ze de school verlaten, maar blijven langer in beeld. Dat geldt zeker voor jongeren zonder startkwalificatie, die via het Doorstroompunt tot hun 27ste gevolgd en begeleid worden. Tegelijkertijd blijft die begeleiding in de praktijk vaak afhankelijk van de bereidheid van jongeren zelf om contact te houden.
Daarnaast wordt de samenwerking zelf expliciet onderdeel van het programma. Er komen vaste contactmomenten tussen partijen, gezamenlijke werkvormen en platforms om informatie te delen. Het idee is dat samenwerking niet afhankelijk mag zijn van toevallige contacten, maar structureel wordt georganiseerd. Tegelijk vraagt dat ook om duidelijke afspraken over wie wanneer verantwoordelijkheid neemt.

Versnippering tegengaan
Die aanpak sluit direct aan op de regioanalyse, waarin juist die versnippering en het gebrek aan regie als belangrijke knelpunten naar voren komen, vertelde Slot. Tegelijkertijd laat die analyse zien dat veel jongeren wel werk vinden, maar dat dit vaak gebeurt zonder startkwalificatie, wat hen op langere termijn kwetsbaar maakt.

Om die samenwerking te versterken gaf keynote spreker Jeannette Welp een interactieve bijdrage over het belang van goede afstemming tussen mensen. Ze opende met het beeld van metronomen die vanzelf in hetzelfde ritme komen, een voorbeeld van ‘synchronisatie’. Die metafoor trok ze door naar mensen: ook onze hersenen stemmen zich op elkaar af zodra we elkaar aankijken, luisteren of samen iets doen. Samenwerking begint volgens haar niet bij systemen, maar bij verbinding.

Welp werkte dat uit in drie elementen: goed voor jezelf zorgen in een ‘hypernerveuze samenleving’, elkaar persoonlijk leren kennen en ruimte maken voor speelsheid. Juist dat laatste helpt om contact te versterken en creativiteit los te maken. Met korte oefeningen, zoals het doorgeven van een denkbeeldig object, maakte ze haar verhaal concreet en voelbaar voor de zaal.

Ook na school begeleiding
In het tweede deel van de middag gaven verschillende sprekers uit de regio een inkijkje in hun dagelijkse praktijk. Antje van Slooten (Pro/VSO) liet zien hoe de begeleiding van kwetsbare jongeren steeds verder wordt doorgetrokken, ook na uitstroom uit school. Relatie en persoonlijk contact staan daarbij centraal, met aanvullende loopbaanbegeleiding tot twee jaar na school. Die begeleiding is niet vanzelfsprekend: jongeren bepalen zelf of zij contact houden.

Sven van Emmerik (Landstede MBO) schetste hoe binnen het mbo wordt gewerkt aan het voorkomen van uitval, met voorzieningen als plusklassen, doorstarttrajecten en outreachende teams voor thuiszittende studenten. Vanuit gemeenten en arbeidsmarktregio’s spraken Mathijs Triou (Regio Zwolle), Niels Ooms (regionaal projectleider jeugdwerkloosheid) en Nelleke Engeltjes (gemeente Elburg). Zij benadrukten dat werk vaak binnen handbereik is, maar dat duurzame plaatsing vraagt om goede begeleiding en ontwikkeling op langere termijn.

Melvin Kuipers (Doorstroompunt) sloot de reeks af met een toelichting op jongerenparticipatie. In plaats van alleen beleid te maken over jongeren, ging hij met collega’s de regio in om hen direct te spreken. Die gesprekken leverden waardevolle inzichten op over wat jongeren nodig hebben. De pitches samen lieten zien hoe breed het programma is en hoezeer het draait om samenwerking tussen alle partijen.

Het blijft niet bij deze ene Regiodag als aftrap van het Regionaal Programma. Het is de bedoeling om dit moment jaarlijks te herhalen, juist om de ontmoeting en het besef van gezamenlijkheid te blijven versterken. Want de opgave is helder: jongeren, op elk moment in hun schoolloopbaan, niet meer laten verdwijnen tussen school en werk.