Uitgediend, Harderwijk als garnizoensstad

Boek over Harderwijk als Garnizoensstad en hoe het verder ging na het sluiten van de kazernes.

Wat schrokken de Harderwijker stadsbestuurders 8 januari 1993. In vijf jaar tijd zouden alle kazernes in hun gemeente worden gesloten. De burgemeester had het in een telefoontje uit Den Haag te horen gekregen. En wat werden ze boos, toen bleek dat van compensatie voor het verlies van inkomsten en werkgelegenheid geen sprake zou zijn. De regering had zelfs geen sociaal plan voor het burgerpersoneel dat op straat zou staan als het leger was vertrokken.

Bedenk maar een creatieve oplossing, luidde het Haagse advies. Waarbij de verantwoordelijke staatssecretaris ook nog voorspelde: over tien jaar zijn jullie mij dankbaar, want op aantrekkelijke locaties komen gebouwen en terreinen beschikbaar voor nieuwe bestemmingen. De grond, die Harderwijk lang geleden cadeau had gedaan aan Defensie, moest daarvoor wel tegen de marktprijs worden gekocht.

Wie terugkijkt op de gebeurtenissen van toen, ziet dat schrik en boosheid de besluitvaardigheid van de bestuurders - met hun burgemeester voorop - niet hebben geblokkeerd. Integendeel. Bijna alle militaire terreinen zijn snel gekocht en weer doorverkocht. In vroegere kazernes wonen burgers. Ook opslagdepots kregen nieuwe bestemmingen. En als klapstuk heeft de grootste wegenbouwopleiding van Nederland - het Infra Opleidingscentrum SBW - het zevenentwintig hectare grote kazerneterrein aan de rand van het bos betrokken.

Maar, al is de voorspelling van de staatssecretaris voor de locaties uitgekomen, van dankbaarheid kan natuurlijk geen sprake zijn. De stad heeft door veranderingen in de grote wereld een bijzonder hoofdstuk van haar geschiedenis moeten afsluiten. Harderwijk was een garnizoensstad, een èchte! Lange tijd met kazernes, exercitieterreinen, depots, een hospitaal en militaire kleer- en schoenmakers midden in de stad. Zulke garnizoensplaatsen waren er niet veel, overpeinst de laatste generaal die vanuit Harderwijk zijn divisie commandeerde. Het garnizoen had iets knus, herinnert zich de adjudant die na een militaire operatie in een verre woestijn absoluut terug wilde naar zijn ‘visserskazerne'.

De verhalen die gepensioneerde militairen in dit boek vertellen, zijn voor een deel herinneringen aan een bijzondere relatie, die lang van grote invloed is geweest op de Harderwijker samenleving. Een voormalige commandant van een militaire school leidde fusies van burgerscholen. Een generaal-buiten-dienst werd wethouder. De instructeur-ongewapend-gevecht begon, gestimuleerd door burgemeester en garnizoenscommandant, een sportcentrum dat nog altijd zijn naam draagt. Kortom: het leger was geïntegreerd in de stad, compleet met de onderdelen die het garnizoen extra accenten gaven. Harderwijk was de stad van de Infanterieschool en van de School voor de militaire inlichtingendienst.

De overste, van wie de inlichtingenjongens Russisch leerden, ging na het verlaten van de dienst door het land van de vroegere vijand reizen leiden. Zoiets laat zien hoe de wereld veranderde tijdens het leven van mannen die, inmiddels bejaard, in de stad nog prominent aanwezig zijn. Hun ervaringen, soms bijna terloops beschreven, tekenen ook het beeld van het garnizoen van na de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een generatie die nog net een tik meekreeg van de oorlog, daarna bijvoorbeeld Grenadier werd, naar Indië ging met de bedoeling de koloniale orde te herstellen en uiteindelijk in andere verre landen actief was voor de Verenigde Naties.

In het eerste deel van Uitgediend beschrijft Martin Elands de historie van de garnizoensstad Harderwijk. In het tweede deel geeft Wim Timmers die geschiedenis een actuele, maar vooral ook persoonlijke invulling met verhalen uit de praktijk. Daarbij horen ook de ervaringen van het burgerpersoneel, over wie de bestuurders zich in 1993 zoveel zorgen maakten. Zelfs die burgers kijken tevreden terug op hun leven binnen de kazernehekken.

Uitgediend, Harderwijk als garnizoensstad
Auteur; Martin Elands en Wim Timmers
Uitgegeven; 2005